Medicijnfabrikanten hebben te veel macht, Europees inkopen is de oplossing

In 2010 konden apothekers zo’n 200 soorten medicijnen niet leveren, vorig jaar was dat opgelopen tot 769, berichtte onlangs de apothekersorganisatie KNMP. Daarbij ging de vinger al snel beschuldigend naar de zorgverzekeraars. Die beknibbelen zo driftig op de inkoopprijzen van medicijnen dat ze Nederland onaantrekkelijk hebben gemaakt voor farmaceuten. Deze fabrikanten kunnen hun producten immers overal in Europa kwijt. Nederland, dat zo weinig geld in het laatje brengt, staat dus achteraan in de rij.
Het lijkt een logische verklaring, maar of dat de hele verklaring is, is de vraag. Het is bijvoorbeeld ook gepast als de KNMP de eigen achterban eens diep in de ogen kijkt. De lage Nederlandse medicijnprijzen betekenen immers voor apothekers een aardige bijverdienste, luidt een verwijt, opgetekend in verschillende hoeken van de wereld van pillen en poeders. Hoe anders zijn de medicijnen te verklaren die in Zweden, België en Duitsland over de toonbank gaan, voorzien van een Nederlandse gebruikershandleiding?
Wettelijk is het niet verboden, apothekers die medicijnen doorverkopen aan het buitenland. Dat doen ook groothandelaren. Maar het geeft wel te denken over de beroepsopvatting, om voor het eigen gewin je patiënt in de kou te laten staan. Zo is in het buitenland ook de ­Nederlandse anticonceptiepil opgedoken, de pil waarvan de leverantie hier lange tijd stokte.
Te vrezen is dat farmaceuten nog meer gaan treuzelen bij de bevoorrading van de Nederlandse markt; ze worden immers financieel geschaad door de export van goedkope Nederlandse medicijnen. Het is daarom goed dat zorgverzekeraar VGZ dit weglekken van Nederlandse medicijnen naar andere landen gaat onderzoeken – en waar nodig steun krijgt van de overheid.
Dat daarmee ook meteen een einde komt aan de schaarste aan medicijnen, is niet te verwachten. Plannen om meer voorraden aan te houden, zijn het onderzoeken waard, maar ontnemen ook het zicht op het werkelijke probleem van de farmaciemarkt.
Medicijnfabrikanten hebben te veel macht. De wereld is hun speelveld, ze kunnen inkopende landen tegen elkaar uitspelen en zijn onbeschaamd genoeg om de hoofdprijs te eisen – zo bleek onlangs toen het Zwitserse Novartis zonder enige gêne de prijs voor een specifiek en uniek kankermedicijn verzesvoudigde.
Op zo’n praktijk is slechts één antwoord mogelijk: samenwerking van alle Europese landen. Samen inkopen, samen de laagst mogelijke prijs bedingen en de ­beste voorwaarden – want uit zichzelf zullen de farmaceuten dat nooit bieden. Bron: Trouw dd. 30 januari 2019